
Cavia's behoren tot de familie van de Caviidae, de halfhoevigen dus. Daartoe
behoren ook Mara's en Capybara's (de grootste knaagdieren ter wereld). Maar we
beperken ons hier tot de Cavia Aperea, 'onze' cavia dus ;).
Onze cavia komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, meer bepaald de Peruviaanse
Andes.
De Inka's zouden al cavia's als huisdier hebben gehouden. Dat blijkt uit de
vondst van gemummificeerde cavia's.
Verder werden (en worden) ze door de Peruvianen ook gefokt als vleesdieren
(waardoor ze steeds groter gefokt werden zodat er meer vlees aanhing).
Men vermoedt dat de cavia in de loop van de 16de eeuw door de Spanjaarden
naar Europa is gebracht. En later zagen ook Hollandse zeevaarders deze grappige
diertjes bij de Indianen en namen ze mee naar huis voor hun kinderen.
In het wild leeft de cavia in groepjes van 4 tot 20 dieren zeg maar en zijn
ze een stuk kleiner dan de cavia die wij nu kennen. Ze herkennen elkaar aan de
geur. Zo weten ze welk dier tot hun groep behoort en welk dier niet.
Ze maken bij voorkeur gebruik van verlaten holen van andere dieren of
natuurlijke holen tussen de rotsen.
Vooral overdag zijn ze actief op zoek naar voedsel. Daarbij schuifelen ze dicht
achter elkaar aan, bij voorkeur door hoog gras zodat ze niet teveel opvallen
voor eventuele roofdieren. Ze zijn snel en heel alert en als er gevaar dreigt,
waarschuwen ze elkaar door te fluiten en te piepen. Op dat signaal gaan ze er
als de bliksem vandoor om zich te verschuilen in de struiken of in hun holen.
Zelfs kleintjes van enkele uurtjes jong zijn al bliksemsnel en maken zo een
goede kans om te ontkomen aan roofdieren. Cavia's zijn namelijk nestvlieders.
Dat betekent dat ze volledig 'af' geboren worden: ze zijn behaard, ze horen, ze
zien en - hoewel ze de eerste weken ook drinken bij de moeder en dat ook nodig
hebben - beginnen ze van dag één al wat mee te knabbelen met de volwassen dieren
om snel steeds meer vast voedsel tot zich te nemen.
Wordt een cavia toch verrast door een roofdier, blijven ze doodstil, letterlijk
'voor dood' zitten, wat hen soms alsnog het leven redt.
En dan komen we bij de benamingen die aan cavia's worden gegeven.
Hier wordt de cavia ook vaak Guinees biggetje genoemd, net als in
Groot-Brittannië guinea pig wordt gebruikt, al verkiezen ze daar steeds meer de
term cavy aangezien het woord guinea pig ook 'proefkonijn' betekent, dit omdat
cavia's vaak als proefdieren werden gebruikt bij wetenschappelijk onderzoek.
Maar hoe komen ze aan Guinees biggetje of guinea pig?
De cavia komt helemaal niet uit Guinea, dus daar heeft het niks mee te maken.
Een guinea was in de Middeleeuwen echter ook een Engelse munt. De eerste cavia's
die naar hier kwamen, waren voor die tijd ontzettend duur en zouden één guinea
hebben gekost, vandaar dus.
Dan komen we bij biggetje of pig... Ook in het Frans gebruikt men naast 'Cobaye'
ook 'Cochon d'inde' en in het Italiaan Porcellino da India, wat letterlijk
vertaald Indisch varkentje betekent. Toen Amerika werd ontdekt, dacht men immers
dat het Indië was.
In het Duits wordt een cavia 'ein Meerschweinchen' genoemd, een varkentje van
over de zee zeg maar.
En de wetenschappelijke naam voor onze cavia is dan weer Cavia porcellus. Wie
geen Latijn kent, herkent misschien het Franse woord 'porc' wat... juist ja,
varkensvlees betekent...
Daarbij komt nog dat een mannetje een beer wordt genoemd en een vrouwtje een
zeug, net als bij de varkens.
De verwijzing naar varkens komt dus elke keer opnieuw terug, hoewel cavia's
eigenlijk helemaal niks met varkens te maken hebben. Wellicht kregen ze die
namen omdat ze knorren als varkentjes en kunnen gillen als biggetjes als ze luid
fluiten. En dan is er ook nog hun korte en ronde vorm en hun manier van lopen
die ook wel iets wegheeft van een varkentje.

Laatste update:
08/01/2009


Deze site wordt gehost door
Middendorp Hosting